|
Mariner
Tussen 1962 en 1973 heeft de NASA 10 ruimtetuigen genaamd Mariner ontworpen om de binnenste planeten van ons zonnestelsel te onderzoeken.
Zij namen voor het eerst foto’s en metingen van Mars, Venus en Mercurius.
Deze waren allemaal relatief kleine robotachtige verkenners.
Een Mariner woog minder dan een halve ton en werd gelanceerd met een Atlasraket.
Mariner 3 werd gelanceerd op 5 november 1964 maar de top van de raket waarin de satelliet gezeten was wou niet openen en dus heeft Mariner 3 Mars nooit gezien.
3 weken later werd dan maar een identieke satelliet genaamd Mariner 4 gelanceerd om dan 8 maanden later voorbij de planeet Mars te vliegen.
Mariner 4 toonde de eerste foto’s van een maanachtig landschap met vele kraters.
In februari 1969 werden Mariner 6 en 7 met enkele dagen verschil gelanceerd en vlogen dicht bij elkaar naar Mars.
Beiden vlogen over de poolgebieden en de evenaar en namen ontelbaar veel foto’s.
Eigenaardig genoeg misten ze beide de reusachtige vulkanen die de planeet rijk is.
Ook werd op deze foto’s duidelijk dat de kanalen die in de 19de eeuw opgemerkt waren een fout gegeven waren.
Mariner 8 en 9 was het laatste paar Mariner’s dat naar Mars vloog.
Maar ze waren tegelijk de eerste die in een baan rond de planeet zouden terechtkomen.
De lancering van Mariner 8 in mei 1971 was mislukt en enkele weken later werd Mariner 9 dan maar gelanceerd.
Mariner 9 heeft bijna een volledig jaar in een baan rond Mars gevlogen.
Mariner 9 bleek een groot succes.
Toen hij daar net aangekomen was ontdekte hij dat er zich een enorme zandstorm voordeed die over heel het Marsoppervlak woedde.
Hij kreeg orders te wachten om foto’s te nemen met zijn uiterst geavanceerde apparatuur.
Toen een maand later de storm opgeklaard was, begon Mariner 9 met een enorm aantal foto’s te nemen door te sturen naar de aarde.
Het resultaat was zeer verrassend.
Mariner 9 toonde foto’s van een planeet met reusachtige vulkanen, een enorme canyon en oude rivierbeddingen.
Ook nam hij de eerste close-up foto’s van Phobos en Deimos.
Viking
Het Viking-project van NASA werd een van de meest prestigieuze projecten ooit door de NASA aangegaan.
De Vikings bestonden beiden uit een lander en een orbiter.
Viking 1 en Viking 2 werden gelanceerd in augustus en september 1975.
Beide paren vlogen samen naar Mars en kwamen in een baan rond Mars terecht.
Van zodra dit gebeurd was splitsten de landers zich van de orbiters en daalden ze in de Atmosfeer van Mars af om te landen op het Marsoppervlak.
Beide Vikings landden op totaal verschillende plaatsen.
Beide landers namen niet alleen foto’s maar namen ook biologische testen af van de bodem.
Dit had als doel te onderzoeken of er leven was op Mars.
Maar de resultaten waren niet echt sterk.
En wetenschappers concludeerden dat Mars zichzelf steriliseerde door de sterke chemische activiteiten die het gedijen van bacteriën onmogelijk maken (meer uitleg hierover in hoofdstuk 2: Leven op Mars ).
De Vikings waren gepland om ongeveer 90 dagen te overleven.
Maar beide Vikings overleefden veel langer dan verwacht.
Viking Orbiter 1 functioneerde tot in juli 1978 en Viking Orbiter 2 functioneerde 4 jaar langer dan verwacht en begaf het in 1980.
De landers moesten niet onderdoen voor hun wederhelft die rond Mars vloog.
Beide landers kregen energie van een apparaat dat de warmte die Plutonium afgeeft omzette in energie.
Viking Lander 2 stuurde voor het laatst data naar de aarde in april 1980.
Viking Lander 1 hield het uit tot in 1982.
|