|
Speculatie
In 1610 opperde Johannes Kepler al dat Mars twee manen had, maar dit was meer uit filosofische overtuiging dan wetenschappelijk overtuiging.
Hij stelde namelijk dat het aantal manen per planeet na de aarde alsmaar zou verdubbelen.
Waarbij het veronderstelde tweetal van Mars precies zou passen in de reeks die opliep van de enkele satelliet die de aarde had naar de vier die bekend waren rond Jupiter.
Dit werd dus niet voor waarheid aangenomen en men nam aan dat Mars geen manen had.
... tot feit
Tot in 1877 de astronoom Asaph Hall van de Amerikaanse marinesterrenwacht besloot een onderzoek te beginnen naar de verborgen manen rond Mars.
Hall was iemand die niet zomaar alles wat algemeen als waarheid beschouwd werd ook zo aan nam.
Hij had het jaar voordien ook ontdekt dat de rotatieperiode van Saturnus verkeerd geschat was en hij heeft die dan ook gecorrigeerd.
Daarom kreeg hij een klein vermoeden dat ze er bij Mars ook wel eens konden naast zitten.
Alle 26 maanden doet er zich een oppositie voor.
Daarbij komt de aarde in een rechte lijn tussen Mars en de zon te staan, waardoor Mars en de aarde opvallend dicht bij elkaar komen te staan.
Dit is een uitstekend moment om Mars te observeren.
Hall wist dit en het geluk was aan zijn kant, want de oppositie in dat jaar was de gunstigste in 15 jaar.
Hij begon begin augustus 1877 de hemel af te zoeken naar manen van Mars.
En op 12 augustus zag hij plots een vaag object pal ten noorden van de planeet.
Maar een halfuur later klom er mist op en voor enkele dagen kon hij niks meer onderzoeken door de dichte bewolking.
En enkele dagen later klaarde het op en ontdekte hij de satelliet opnieuw.
Nog geen dag later nam hij een andere satelliet waar die zich veel dichter bij Mars bevond.
Hij was verbaasd over de snelheid van de maan die zijn omloop voltooide in minder dan een derde van de omlooptijd van de eerste maan.
Deze snelste binnenmaan noemde hij ‘Phobos’ en de buitenste noemde hij ‘Deimos’.
Hall onderzocht de manen nog verder en er bleek dat hij Kepler gelijk moest geven wat betreft de twee manen.
Maar Hall had dit aantal op een meer wetenschappelijke manier ontdekt.
Deze manen zijn beide van het C-type, dit wil zeggen dat het heel donkere manen zijn en dat ze ongeveer dezelfde samenstelling hebben als de zon, behalve dan het element Helium.
Maar hun samenstelling is zo licht dat ze niet puur rots kunnen zijn.
Ze zijn waarschijnlijk samengesteld uit een mengeling van rotsen en ijs.
Beiden hebben grote kraters.
Nieuwe foto’s tonen dat de manen bedekt zijn met ongeveer een meter stof, vergelijkbaar met het stof op onze maan.
Men vermoedt dat Phobos en Deimos asteroïden zijn die Mars gevangen heeft in zijn baan.
Sommigen speculeren dat ze uit het buitenste deel van ons zonnestelsel komen en niet uit de asteroïdengordel zoals iedereen aanneemt.
Men zou deze satellietjes willen gebruiken als tussenstop om de planeet Mars te bestuderen.
Men zou hier dan ruimtestations opbouwen die het over en weer reizen naar Mars zouden vergemakkelijken.
Phobos
----------
Phobos is de grotere en de binnenste van de twee manen van Mars.
Phobos stort dichter tot zijn planeet dan enige andere maan in ons zonnestelsel, hij hangt minder dan 6000 km boven het Marsoppervlak.
In de Griekse mythologie is Phobos een van de zonen van Ares (Mars in het Latijns) en Aphrodite (Venus).
Phobos is Grieks voor schrik (vandaar ook fobie).
Deze maan komt op in het westen, beweegt zeer snel langs de horizon, en gaat dan onder in het oosten, meestal twee maal per dag.
Phobos hangt zo dicht bij Mars dat hij zelfs niet zichtbaar is boven de horizon van op alle plaatsen op de planeet.
Ook is deze kleine maan verdoemd.
Binnen ongeveer 50 miljoen jaar zal ze neerstorten op het Marsoppervlak.
Omdat Phobos zo dicht rond Mars vliegt blijft ze niet synchroon vliegen.
Elke eeuw komt de maan 1.8 meter dichter bij Mars.
Als ze niet neerstort zal ze waarschijnlijk openbreken en een ring vormen zoals die van Saturnus.
Phobos 2, een satelliet uitgezonden door de Sovjets, detecteerde een flauwe, maar regelmatige uitstoot van een gas of een vloeistof uit Phobos.
Maar ongelukkigerwijze stierf Phobos 2 voordat hij de aard van het gas of de vloeistof kon onderzoeken.
Hoogst waarschijnlijk was het gewoon water.
Deze maan bevat een heel erg grote krater die Stickney genoemd is.
Stickney was het koosnaampje voor de vrouw van Hall.
De inslag die Stickney gecreëerd heeft moet waarschijnlijk een enorme klap geweest zijn en Phobos net niet vernietigd hebben.
Phobos heeft een diameter van 22 kilometer.
Deimos
----------
Deimos is de kleinste maan in ons zonnestelsel.
In de Griekse mythologie is Deimos de broer van Phobos en dus ook de zoon van Ares en Aphrodite.
Deimos
-is Grieks voor Paniek.
-heeft een gladde indruk maar is eigenlijk even druk bezaaid met kraters als Phobos.
-heeft maar een diameter van 12.2 kilometer.
|